Klimaatverandering door het broeikaseffect staat vast en dit heeft ernstige gevolgen voor de mens, milieu
en economie. In het Kyoto-verdrag worden grenzen aangegeven voor de emissie van CO2. De emissies
in de EU moeten sterk omlaag. Dit kan door alternatieve energie-opwekking te ontwikkelen met behulp
van de zon, de wind en biobrandstoffen.
Biomassa is organisch materiaal dat voorkomt in planten en bomen, evenals in mest en huishoudelijk en
industrieel afval. Net als olie en kolen kan biomassa worden omgezet in warmte en electriciteit of in vloeibare
en gasvormige brandstoffen. De mestvergister is een installatie voor het omzetten van mest in biogas en
digestaat (uitgegiste mest). In de installatie wordt het biogas omgezet in electriciteit en warmte.
De geproduceerde warmte wordt allereerst gebruikt voor het verwarmen van het substraat in de mestvergister.
Restwarmte kan worden toegepast voor verwarming van bedrijfsruimten en woningen. De electriciteit kan
worden gebruikt voor bedrijfsruimten en het overschot wordt teruggeleverd aan het net.
Het principe van de vergisting is eenvoudig. Door mest te mengen met biomassa produceert deze mix methaan,
ofwel aardgas plus nog enkele andere gassen en zwavel. Door de mest lopen warmwaterbuizen die de basisstof
op 38 graden moeten houden. Dat is de optimale temperatuur waarbij de methaan producerende bacterien het
best werken. Daarvoor wordt de afvalwarmte van de gasmotor gebruikt.
Op de locatie staan twee gasmotoren elk met een capaciteit van 836 KiloWatt. Hiermee produceert de installatie
20.000 m3 gas per dag; dit houdt in dat ongeveer 5000 huishoudens op jaarbasis voorzien kunnen worden van
groene stroom.
Het digestaat is een waardevolle meststof welke na de vergisting overblijft. Het is veel homogener van samenstelling
en makkelijker uit te rijden, het staat stikstof en mineralen makkelijk af aan de planten en het stinkt veel minder.
Zo lijkt het veel op kunstmest maar veel milieuvriendelijker.